Inspiratie De methode professioneel innoveren is van A tot Z toepasbaar bij een nieuw plan
Interview met Karin Visscher en Diede Bongertman van Stadkamer Zwolle
Interview met Karin Visscher en Diede Bongertman van Stadkamer Zwolle
Karin: “Rijnbrink is de koepelorganisatie van de Overijsselse bibliotheken (ook in Gelderland). Hierdoor hebben we sowieso al een partnerschap met Rijnbrink. Bij ons leefde de wens om deze training te doen, maar ondertussen had Cibap Next ook contact met Rijnbrink. Het was mooi dat dit samen viel, zodat je ook eens met mensen uit een andere organisatie een training kunt doen. Zo leer je ook weer van elkaar.”
Diede: “Rijnbrink werkt ondersteunend voor de bibliotheken en met de bibliotheken. Als je met elkaar een innovatietraject in kunt gaan is dat heel interessant. Zij werken meer business to business (B2B). Wij werken van business naar bezoeker. Daarin kan je heel aanvullend zijn.”
Diede: “Uiteindelijk werk je allemaal vanuit een bibliotheek voor de maatschappij, dus je hebt het allemaal over eenzaamheid, digitalisering en kansengelijkheid. In die zin zijn het dezelfde vraagstukken. Aan de ene kant wel, maar aan de andere kant heb je een hele andere invalshoek. Wij gingen allemaal helemaal aan op kansengelijkheid of kansenongelijkheid. Vanuit Rijnbrink is dat net zo urgent als vanuit ons werk hier. Op een gegeven moment is de groep opgesplitst in subgroepen en gingen we zelf aan de slag met een plan.”
Karin: “Wat ik een heel mooi inzicht vind, is dat je nooit te verliefd moet worden op je eigen idee. Daar zijn we heel erg toe geneigd. Het gaat niet om je idee, maar om welk probleem je oplost voor de groep voor wie je het doet. Je moet met de doelgroep in gesprek. Ongetwijfeld komt eruit dat jouw idee helemaal niet het beste idee is, maar kan je door het gesprek aan te gaan en het idee te valideren tot een veel betere oplossing komen. Ik denk dat dit het mooiste inzicht is dat we hebben gekregen.”
Diede: “In ons geval heb je geen commercieel belang, maar een maatschappelijk belang. Degene voor wie je iets doet of waar de dienst voor is moet dat ook wel zien. We kunnen superverliefd worden om een lumineus idee, dat we vooral zelf zouden willen doen. Ik ben niet de doelgroep die we niet bereiken, dus het is belangrijk dat je daar veel meer stappen naartoe zet. Daarnaast kan je in fases checken of je idee gaat werken en aannames leren begrijpen.“
Karin: “Ik dacht dat ik wel keek naar de doelgroep, maar nu weet ik dat ik dat eigenlijk niet voldoende deed en niet op de juiste manier. Niemand kan zijn toekomstig gedrag voorspellen en we geven vaak sociaal wenselijke antwoorden. Je moet eigenlijk veel meer doorvragen op de problemen die mensen ervaren. En met die informatie iets van betekenis creëren wat maatschappelijk waarde heeft.”
Diede: “Een mooie aanvulling daarop is dat wij nu ook zien dat je van tevoren niet kan voorspellen hoeveel tijd dat behoeft. We zitten in een wereld waarin je snel wilt handelen en je hebt te maken met verschillende krachtvelden en subsidiestromen. Je neemt nu veel meer tijd om te checken of je ideeën werken en daarin ook het lef durven te hebben om op een gegeven moment te zeggen we moeten even stoppen en opnieuw beginnen.”
Senior adviseur cultuureducatie
Karin: “Het waren vijf volle dagen en de laatste ochtend presentaties. Tussendoor heb je huiswerk en opdrachten vanuit de subgroep. Dit was intensiever dan ik van tevoren had gedacht. Het was vrij kort op elkaar gepland en gaf veel tijdsdruk. Maar aan de andere kant was het ook heel goed. De druk blijft dan op de ketel. We wilden allemaal heel graag leren en alles eruit halen. Ik kijk dan ook terug op een hele waardevolle training en wil hier dan ook veel meer mee doen.”
Diede: “Ik heb de training op dezelfde manier beleefd. Zeer enthousiast, maar ook zeer intensief. Dit komt denk ik ook omdat we een groepje waren met een goede synergie. We wilden het huiswerk dan ook 100% goed doen door in het idee te duiken. De boodschap van docent Milou van Elburg: ‘Wil je innovatief werkzaam zijn, dan moet je er ook de tijd voor nemen en het erdoor drukken’.
Karin: “Het ligt een beetje aan welke vraag de organisatie of het bedrijf heeft. Of dit dan het juiste antwoord is, dat weet ik natuurlijk niet. Maar ik zou het zeker aanbevelen in algemene zin.”
Diede: “Ik denk dat we het niet hebben over bedrijven, maar organisaties die lijken op Stadkamer. Dat is een belangrijk onderdeel, omdat je heel dynamisch werk hebt. Het is laagdrempelig, de docent kan goed aansluiten en inhoudelijk is het een goede manier om je hierin thuis te voelen. Mijn advies zou zijn om het traject niet met één team te doen, maar zorg dat het gemixt is. Hierdoor krijg je input vanuit alle hoeken van de organisatie. Er zijn natuurlijk vele wegen te bewandelen, wat Karin ook al schetst. Als het past, is het zeker wel een aanbeveling.”
Artikel delen: